Johannes Passion van Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Uitgevoerd door Vox Delflandiae
Zondag 21 maart 2010, Dorpskerk Schipluiden
Een passie is een verhaal, toneelstuk, muziekstuk of een beeldend kunstwerk dat het lijden van Jezus Christus als onderwerp heeft. De theatrale vorm wordt wel passiespel genoemd. Passie staat in het taalgebruik voor “overgave”. De passiemuziek ontstond uit de psalmodieërende voordracht van het lijdensverhaal, de z.g. Passio. Op palmzondag volgens Matthaeus, vervolgens op dinsdag volgens Marcus, op woensdag volgens Lucas en op Goede vrijdag volgens Johannes. Oorspronkelijk werd de muziek eenstemmig, psalmodieërend gezongen.
Rond de 10e eeuw werden de rollen van Christus, de verteller (evangelist) andere personen en het volk verdeeld over verschillende groepen zangers. Sinds het midden van de 15e eeuw kwamen in Italië gedramatiseerde passiones voor waarin het lijdensverhaal op gregoriaanse wijze werd voorgedragen en de menigte (turbae) de uitroepen meerstemmig zong. Ook de passio kreeg in de protestantse kerk een ontwikkeling.
Ten tijde van Luther was ze in het latijn maar spoedig werd zij in het Duits gezongen. De tekst bestond uit het lijdensverhaal waaraan een inleidend koor vooraf ging dat het opschrift zong: “Das Leiden unseres Herren Jesu Christi, wie es beschreibet de heilige Evangelist ...” Ook besloot het koor de passio met de z.g. Conclusio. Later werden de solisten, evangelist en turbae instrumentaal begeleid, werden vrijgedichte delen en koralen toegevoegd. Een ontwikkeling die haar hoogtepunt beleefde in de passionen van Johann Sebastian Bach.
De Johannes Passion werd door Bach in 1724 in drie maanden tijd gecomponeerd maar Bach heeft er tot aan zijn dood in 1750 veranderingen in aangebracht zodat er heden ten dage vier verschillende versies bestaan n.l. die uit 1724, 1725, 1728 en (niet afgemaakt) 1749.
De uitvoering van vanmiddag is de gebruikelijke versie uit 1728. In de Johannes Passion volgt Bach vrijwel letterlijk de teksten van het Evangelie volgens Johannes. Echter op twee plaatsen brengt hij een kleine toevoeging aan uit het Evangelie volgens Matthaeus, n.l. het wenen van Petrus na het kraaien van de haan, en het scheuren van het voorhangsel in de tempel, de aardbeving, het splijten van de rotsen en de opstanding van de doden na Jezus’ dood. In vergelijking met de Matthaeus Passion wordt de Johannes Passion als feller ervaren. Het accent ligt minder op het lijden van Jezus. Jezus komt meer over als een krachtige persoonlijkheid met een verdedigende toon dan als een triest slachtoffer zoals in de Matthaeus Passion.
In de Johannes Passion wordt veel aandacht besteed aan de beschrijving van het proces tegen Jezus. Ook de Johannes Passion is vol muzikale symboliek. Zo begint het openingskoor met, voor de houtblazers een driestemmig es, d, g. Dit staat voor Soli Deo Gloria (God alleen de eer). Ook elders in het werk maakt Bach gebruik van muzikale symboliek zoals op het moment dat Pilatus zwicht voor de druk om Jezus ter dood te laten brengen –het centrale punt-. Vanuit dit koraal “Durch dein Gefängnis Gottes Sohs”is de Johannes Passion symetrisch opgebouwd: hiermee, en door het relatief korte eerste deel en langere tweede deel, geeft Bach een kruisvorm aan.